Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

...

BewaartijdBewaartemperatuur in C. (< voor 3 uur na het melken bereikt)
<12
12-24
24-72
12°

 


De melkkoeltank is een vast opgestelde, geïsoleerde RVS tank met een aangebouwd of losstaand koelaggregaat. In Nederland moet de tank een inhoud hebben voor de melk van 3 dagen. Maximaal 3 dagen want de bacteriegroei wordt wel geremd door de lage temperatuur, maar de oxydatieprocessen gaan door. Oxydatie wil zeggen dat de melk reageert met zuurstof, waardoor o.a. vrije vetzuren ontstaan. Oftewel: het melkvet wordt ranzig. Daarom moet melk voorzichtig worden geroerd en in het donker worden bewaard.

De Arbo catalogus

Wanneer je melk wilt bewaren, moet je de melk:

1: Op een constante lage temperatuur houden
2: In het donker bewaren
3: Niet laten ontmengen
4: Niet klotsen
5: In een goed geventileerde, stofvrije ruimte bewaren

 


Voor de berekening van de tankgrootte worden de volgende vuistregels gebruikt:

► bij een gespreid afkalfpatroon: jaarleverantie x 0,0115

► bij een voor- of najaarskalvende veestapel: jaarleverantie x 0,0125

► bij een jaarleverantie > 1.000.000 kg: jaarleverantie x 0,010

Bij een te grote melkkoeltank kunnen problemen ontstaan in een periode met weinig melk.  Bij het eerste melkmaal kan het voorkomen dat er te weinig melk in de tank komt zodat de roerder de melk niet voldoende in beweging zet. Stilstaande melk kan in een tank met directe verdamping (zie 5.2) bevriezen langs de tankwand. Bevroren melk geeft beschadigde vetbolletjes, waardoor vrije vetzuren ontstaan. De melk kan dan een ranzige smaak hebben. Ook kan luchtinslag optreden doordat de roerder slechts gedeeltelijk in de melk draait. Dit kan gepaard gaan met enige botervorming. In zo’n geval kun je kiezen om de capaciteit aan te passen totdat er weer meer melk komt (intervalkoeling), of het toepassen van meerdere koelmachines, waarbij de ene eerder ingeschakeld wordt dan de andere.

Tanklokaal.
We zien de machines graag op een betonnen voet. Hierdoor is het droger en schoner en het verlengt de levensduur. Onder de tankkraan zie je vaak een ruwe plek of losse tegels. Hier moeten vaak reparaties worden uitgevoerd. Door de juiste milieuklasse van het beton te keizen bij het storten van een nieuwe vloer, wordt dit probleem voorkomen. De inrichting van het tanklokaal dient te voldoen aan de eisen die de melkfabriek stelt! Dit wordt door Qlip gecontroleerd. Hierbij moet je ook denken aan een goede bereikbaarheid, reinigbare verharding, een goede verlichting, een wasbakje enz.

...

Bij indirecte koeling is er één energieomzetting meer (van koelmiddel via ijswater naar koude melk) nodig. Door deze extra omzetting is er aanzienlijk meer energie nodig. Je kunt dit deels compenseren omdat je met indirecte koeling iets meer gebruik kan maken van goedkopere nachtstroom om ijswater te maken. Een ander voordeel is de lagere piekbelasting van het elektriciteitsnet waardoor je lager gezekerd kan zijn en dus het vastrecht van stroom goedkoper is.

Een belangrijk onderdeel van een melkkoeltank is de roerder. Deze brengt de melk in beweging waardoor deze gelijkmatig wordt gekoeld en oproming van het vet wordt voorkomen. Daarom draait de roerder elk half uur enkele minuten, zodat de melk homogeen van samenstelling blijft. Dit moet rustig gebeuren om luchtinslag te voorkomen.

...

Melkwacht.
Als de temperatuur van de melk tijdens de bewaring oploopt, zal ook de bacteriegroei toenemen. Het kiemgetal loopt dan snel op. De melk bederft en een tank verzuurde melk betekent al gauw een schadepost van € 1.000,-! De temperatuur van de melk wordt constant in de gaten gehouden door de thermostaat. Als de temperatuur van de melk oploopt tot bijvoorbeeld 4,5° C, zal de koelmachine in werking treden, totdat de temperatuur weer is gedaald tot 3,5° C. Bij afwijkingen geeft de melkwacht een alarm af.


 

De melkwacht controleert continu

► De temperatuur van de melk
► De temperatuur van de reiniging
► De roerfunctie

 


Een melkwacht kan een apart onderdeel zijn, maar wordt ook vaak in de tankbesturing geïntegreerd. Een onderhoudsabonnement voor periodieke (jaarlijkse) controle op de werking van koelaggregaat en melkkoeltank is verplicht. 

...

Ondervulling.
Tegenwoordig wordt meestal ondervulling bij de melktank toegepast. Waarom? Bij de steeds groter wordende melktanks, heeft ondervulling als voordeel dat de melk niet van grote hoogte in de tank valt. De melk stroomt er nu rustig van onderen in. Dit komt de zuurtegraad van het melkvet ten goede. Ook voorkom je zo veel melkspetters bovenin de tank, welke doorgaans moeilijk te verwijderen zijn in de systeemreiniging omdat ze via bevriezing zijn vastgedroogd. Bij een silotank kun je niet van boven vullen, ondervulling is dan de enige mogelijkheid.

Silotanks.
S
inds Sinds enkele jaren zien we grote, afgesloten en buitenstaande silotanks. Aan het gebruik hiervan stellen de melkfabrieken randvoorwaarden of eisen. De belangrijkste is dat alle (mogelijke) openingen zoals uitloopkraan, monsternamekraan, beluchting, melkinlaat en mangat zich binnen bevinden. Dit “tanklokaal” dient aan alle eisen van een “normaal” tanklokaal te voldoen. In het tanklokaal zijn gemonteerd: - de bedieningsapparatuur van koeling en tankreiniging en - de melkwacht.  

...

Divbox
styleBackground: #ffffe0

Verdiepingsstof

Werking van een koelsysteem (airco van auto)Het gas wordt via de zuigleiding (lichtblauw in de tekening) afgezogen door de compressor, waar de druk wordt opgevoerd tot ongeveer 7 bar bij het koudemiddel R134a. Bij andere koude middelen zijn de drukken over het algemeen hoger en temperaturen lager. Bij melkkoeling wordt over ht algemeen R404a en R507 toegepast). Dit heeft tot  gevolg dat de temperatuur van het gas(R134a) oploopt tot 50-60° C, bij R507 is dit zo'n 35 - 50 graden Celsius. Dit komt zowel  door het samenpersen als door de warmte die vrijkomt in de motor van de compressor. Dit zogenaamde hete gas gaat via de persleiding (rood in de tekening) naar de condensor. Hier wordt een groot gedeelte van de warmte afgegeven aan de langsstromende buitenlucht. 

De condensatietemperatuur van het koelmedium is bij 7 bar druk ongeveer 33° C. Doordat de buitenlucht kouder is dan 33° C zal het gas condenseren tot vloeistof. Het koudemiddel stroomt dan weer als vloeistof in het vloeistofvat (in deze figuur niet aanwezig). Hiervandaan gaat het naar het expansieventiel waar de druk wordt verlaagd tot 1 à 2 bar. Bij deze druk wil het koelmedium graag warmte opnemen. Dit kan in de verdamper, door warmte (aan de melk) te onttrekken. Door warmteopname verdampt de koelvloeistof tot gas. Dit gas wordt weer door de compressor afgezogen.

 


Werking koelmachineDe koelmachine wordt ingeschakeld zodra de temperatuur van de melk in de tank een bepaalde grens overschrijdt. De koelmachine stopt weer als de gewenste temperatuur is bereikt. Koudemiddelen zijn CFK’s (chloorfluorkoolwaterstoffen). Tot voor kort werden HCFK's gebruikt, zoals R22. Dit koude middelen tast de ozonlaag aan. Sinds een aantal jaren zijn alle nieuwe koelmachines voorzien van ozonvriendelijke koudemiddelen (CFK's o.a. R134a / R404a / R507). Deze kunnen niet bevriezen, waardoor het koelaggregaat buiten onder een afdakje geplaatst kan worden.

...

Het energieverbruik wordt uitgedrukt in kWh per 1.000 kg melk.
Verbruik per toegepaste techniek (bij een goede ventilatie van het tanklokaal):
 
standaard melk koelen13 tot 15 kWh.
Melk koelen met voorkoeling8 tot 9 kWh.
Melk koelen met warmteterugwinning13 tot 15 kWh.
Melk koelen met warmteterugwinning en voorkoeling10 tot 11 kWh.

 


Bij 15 kWh nodig voor 1.000 kg melk komt dit op €3,45 per 1.000 kg melk; bij 700.000 kg quotum dus € 2.415,- per jaar. Al deze koelsystemen werken met een expansieventiel om zo de koeling te regelen. Dit systeem is gebaseerd op een droge verdamper. Een nieuwe ontwikkeling is werken met een zgn. natte verdamper en met flinke onderkoeling van de vloeistof, waardoor het rendement van de verdamper aanmerkelijk hoger is dan van een conventioneel systeem. Hierdoor haalt dezelfde compressor aanmerkelijk meer koelcapaciteit, en wordt zo’n 25% op het stroomverbruik bespaard. Dit is door TNO getest en het wordt door Mueller onder de naam E Star koelmachine op de markt gebracht.

 


Bij de koeling van melk is op drie manieren energie te besparen, namelijk:

Door de benodigde energie voor het koelen te verlagen door de melk voor te koelen

Door een deel van de warmte (energie) die in de melk zit, terug te winnen door een energiezuinige koelmachine te gebruiken.

...

De toepassing van dit systeem kan een besparing van wel 50 procent van de benodigde energie voor het opwarmen van water opleveren. Bij grote warmwaterproducties kan het warme water ook bijvoorbeeld in het huishouden worden ingezet. Het is belangrijk om dit water in verband met mogelijke bacteriegroei (Legionella!) te verwarmen tot temperaturen boven 60°C. Er zijn in principe twee verschillende soorten warmteterugwinning. Uitvoering 1 staat hieronder aangegeven Het bijgevoegde schema geeft aan hoe het werkt.

1. Koeltank
    Warmte wordt uit de melk gehaald door een koelmiddel dat in het systeem circuleert.
2. Compressor
    De compressor circuleert het koelmiddel.
3. Platenkoeler
    Een platen-wisselaar brengt de warmte over aan het kraanwater
4. Condensor
    De condensor neemt de overgebleven energie over van het koelmiddel.
5. Waterpomp
    De pomp circuleert het water van de cb-wisselaar naar het opslagvat.
6. Opslagvat
    Het warme water (35 - 50° C) wordt opgeslagen in het opslagvat.
7. Boiler
    Warm water wordt dan verhit in de boiler van 50 tot 80° C.

 

 



Warmteterugwinning

Bij uitvoering 2 is de warmtewisselaar in het opslagvat ingebouwd. Het te condenseren koudemiddel wordt dan door deze wisselaar geleid, waardoor het water in het vat direct opwarmt. Grote voordeel van dit systeem is dat het geen draaiende onderdelen bevat en daardoor onderhoudsvrij is. (bovenstaande uitvoering 1 is niet onderhoudsvrij, de pomp kan defect gaan, de thermostaat kan defect gaan en de wisselaar kan lek gaan). Onderstaande doorsnede van het vat van uitvoering 2 staat hieronder weergegeven:

...

EnergieverbruikerHoeveelheidKosten(€)/Jaar
Warm water
Melk koelen
Melkstal
Robot
300 l/dag
700.000 kg/jaar
20 melkstellen
1 box
2.563
2.415
3.680
6.440

 


Via een voorkoeler valt 40% op de koelkosten te
besparen = € 966,-!

► Let op het verschil in energieverbruik tussen melkstal en robot!

Energiebesparing:
► Een goede ventilatie van het tanklokaal bespaart koelkosten. 
► De kosten voor de reiniging zijn afhankelijk van afschot melkleiding, hoeveelheid gebruikt warm water, vorm en
    afdekking ervan, luchtinjectie/vacuümverhoging en eventuele desinfectie van de installatie voor het melken.
► Bij vacuümpompen is de norm: 350 – 400 liter vacuüm vraagt 1 kW
► Sommigen installaties hebben wel 1.500 liter overcapaciteit
► Bij 800 liter overcapaciteit zijn de extra kosten:  800 liter overcapaciteit vraagt 2 kW extra. Dus: 2 kW x 4
    uur/dag x 365 dagen x €0,23 = € 672,-/jaar!  

...