Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

...


Maximale gebruiksduur in maanden bij verschillende melkstaltypen en aantallen koeien:

aantal koeien

2 x 4

2 x 6

2 x 8

2x 10

200

 

 

3

4

120

 

4

5

7

80

4

6

8

 

50

6,5

8

 

 

30

11

 

 

 


Siliconen en AMS.
Uitzonderingen op de regel van tepelvoeringen zijn er ook. Zo gaan siliconen tepelvoeringen drie keer langer mee dan rubberen. En de tepelvoeringen bij robotmelken vragen extra aandacht. Bij automatische melksystemen worden namelijk tussen de 150 en 200 melkingen per dag uitgevoerd met dezelfde tepelvoering.

...

Divbox
stylebackground: #add8e6

Welke "speensignalen" zijn er?

Rode gezwollen speenpunten wijzen op een onvoldoende massage door de voering. De kop van de tepelvoering is te hoog, de speen te kort of de tepelvoering te ruim 

Witte knijpstrepen op de zijkant van de speen wijzen op teveel klemdruk. De tepelvoering is mogelijk erg stug, te ruim, sluit te snel (korte c-fase) of de d-fase is erg lang (>300 ms) 

Puntbloedinkjes op de speenpunt wijzen op teveel belasting van de speenpunt. De tepelvoering is te ruim of sluit te snel Een insnoering aan de speenbasis duidt op

Een insnoering aan de speenbasis duidt op opkruipen van de tepelvoering. De diameter an de tepelvoering is te ruim of de afstellinge van de melkmachine is niet correct. Komt ook voor bij een natte voorbehandeling

Een sterke speenpuntvereelting kan duiden op te ruime of te stugge tepelvoeringen. Ook de afstelling van de melkmachine kan een oorzaak zijn, zoals vacuümhoogte, zuig/rust verhoudering en een te lage grenswaarde voor de afneemapparatuur.

 

Omhoog

3.14 Melkleiding

Vanuit de klauw gaat de melk via de lange melkslang direct in de melkleiding. De melkleiding is een roestvaststalen leiding. Deze hangt met geringe afloop richting luchtafscheider.

...

MelkslanggeleiderMelkslanggeleiders.
Om een koe vlot en volledig uit te melken moet je het melkstel goed onder de koe hangen. Er mogen geen spenen worden afgekneld en het gewicht van het melkstel moet op de juiste wijze over alle vier de spenen verdeeld zijn. Hiervoor zijn melkslanggeleiders ontwikkeld. Door  de  lange  melkslang  in  een  melkslanggeleider  te  bevestigen  kun  je  het  melkstel  in  een  goede  positie dwingen. Op deze manier kunnen alle vier kwartieren meer gelijktijdig uitgemolken worden en zal de koe vlotter en vollediger uitgemolken worden. Bij zwaardere melkstellen kan de melkklauw ook op een arm bevestigd worden zodat de melker minder belast wordt tijdens het onderhangen. Vooral bij grotere stallen is dit een belangrijk ergonomisch onderdeel voor de melker.

Afneemapparatuur.
Tijdens het melken daalt het vacuüm onder de speen omdat er melk in de klauw en slangen komt. Het vacuüm onder de speen is tijdens het melken dus veelal lager dan het bedrijfsvacuüm. Echter, als een koe uitgemolken is en de slangen leeg zijn, zal het volle bedrijfsvacuüm op de speen inwerken. Dit wordt blindmelken genoemd. Met afneemapparatuur/afnameapparatuur kun je blindmelken voorkomen. Afneemapparatuur wordt meestal aanbevolen wanneer :

  ►  op de grupstal met meer dan drie melkstellen gemolken wordt. Melkstopapparatuur is op de grupstal ook mogelijk.
  ►  in een doorloopmelkstal met meer 8 melkstellen gemolken wordt.

Bij gebruik van afneemapparatuur heb je een melkstroomindicator of een melkmeter nodig om het afnamemoment vast te stellen. Middels de melkstroomindicator ( zie later) wordt aangegeven  wanneer een koe uitgemolken  is. De melkstroomindicator geeft  vervolgens  een  signaal  door aan  de afneemapparatuur. Een koe wordt beschouwd als uitgemolken wanneer de regelmatige melkstroom kleiner is dan 0,3/0,4 kg/min.gedurende 20 seconden. Dit moment kan dus vastgesteld worden door de melkstroomindicator.

Werking afneemapparatuur.
Door de afnameapparatuur wordt na het melken van de koe het melkstel automatisch afgenomen. In grote lijnen is het principe als volgt: De afneemapparatuur bestaat uit een cilinder met daarin een zuiger. Aan deze zuiger is een nylonkoord of ketting bevestigd waarvan het andere einde is verbonden met de melkklauw. Op het signaal van de melkstroomindicator wordt de afnamecilinder onder vacuüm gebracht en wordt gelijktijdig het vacuüm in het melkstel weggenomen. De zuiger trekt het koord aan en het melkstel wordt afgenomen.

Uit Melkveebedrijf:  "Veel afnames staan niet goed afgesteld" 2011

melkstel met afnameapperatuur

Om te voorkomen dat het melkstel na onderhangen meteen weer wordt afgenomen is een buffertijd ingebouwd.

De overbruggingstijd.
Deze wordt aangezet bij het aansluiten van de koe. Overbruggingstijd heeft dus de taak dat het melkstel niet te vroeg wordt afgenomen bij het begin van het melken als bijvoorbeeld de melkstroom nog onvoldoende opgang is gekomen. Vaak duurt deze tussen de 60 - 120 seconden. 

VertagingstijdVertragingstijd.

Als aan het einde van het melken de melkstroom gedurende 15-20 sec. kleiner is dan 0,3 kg per minuut (spreiding 0,2 tot 0,5 kg melk/min.), dan zal het melkstel automa¬tisch moeten worden afgeno¬men bij afneemapparatuur. Door 15-20 sec in te bouwen wordt het melkstel vertraagd afgenomen. Het melkstal mag niet afgenomen worden wanneer een koe even hoest of schrikt of iets dergelijks en de melkstroom even iets lager is. Deze 15-20 sec noemen we de vertragingstijd.

...

          ► niveau-indicator:
                  » met gebruik van elektroden.
                  » met gebruik van een vlotter.
          ► geleidbaarheidindicator
          ► infrarood-indicator
          ► elektronische melkmeters.


Melkstroomgestuurd melken.
Bij melkmachines met het melkstroomgestuurd melken zijn de drukwisselaars regelbaar  tijdens het melken. De instelling van de drukwisselaar  wordt bepaald door de melksnelheid van de koe. Geeft een koe de melk snel af, dan zorgt de drukwisselaar voor een langere zuigslag. Bij het melkstroomgestuurd melken wordt tijdens de maximale melkafgifte ook vaak het vacuüm onder de speen verhoogd.  Op deze manier wordt elke koe op haar eigen manier gemolken. De melksnelheid wordt in deze situatie gemeten door een elektronische melkmeter.

Melkstroomstimulatie.
In dit systeem zorgt gaat de pulsator aan het begin van het melken van een koe 2x zo snel pulseren en wordt de zuigrustslag verhouding omgekeerd. Doel is een stimulerende werking te geven tot dat de melkstroom voldoende opgang is gekomen. Tijdens het melken is het aantal pulsaties per minuut en de zuig - rustslagverhouding weer normaal. Belangrijk is dat een dergelijk systeem melkstroomgestuurd werkt.

Het vier-kwartieren melkstel.
De laatste ontwikkelingen op het gebied van hulpapparatuur is het vier-kwartieren melkstel. Dit  melkstel is verdeeld in 4 begeleidingskamers. In tegenstelling tot conventionele systemen, wordt de melk niet langer verzameld in de melkklauw, maar wordt de melk uit elk kwartier individueel naar het melkopvanggedeelte geleid. De automatische vacuümschakelaar activeert het volledige vacuüm van elk individueel kwartier als de melkbeker wordt aangesloten. Het vacuüm blijft hierdoor stabiel omdat de kans op lucht zuigen klein is. De melkbekers kunnen  hierdoor één voor één of alle vier tegelijk worden aangesloten.

Melkvoerend deel

Dairymaster 

 Delaval"

Fullwood 

 GEA 

Boumatic 

SAC 

Lely 

Omhoog