1. Melksamenstelling

1.1 Samenstelling algemeen

  1. Wat is de gemiddelde productie van de koeien in ons land?
  2. Wat is het bezwaar als in een visgraatmelkstal alle koeien tegelijk krachtvoer krijgen?
  3. Waarom mag biest niet worden afgeleverd aan de zuivelfabriek?
  4. Zoek uit welke redenen er zijn om kalveren een aantal dagen bij de koe te laten en welke redenen er zijn om dit niet te doen.
  5. Welke zoogdieren hebben nog hogere gehaltes aan vet dan welke genoemd zijn in de tabel?

1.2 Vet

  1. Wat is het verschil tussen onverzadigde en verzadigde vetzuren?
  2. Waarom zijn onverzadigde vetzuren zo gezond voor de mens?
  3. Welke gevaren kleven aan de consumptie van vet met een hoog gehalte aan verzadigde vetzuren?

1.3 Eiwit

  1. Wat gebeurt er met het eiwit als de melk zuur wordt?
  2. Wat is het verschil tussen wei-eiwitten en caseïne eiwitten?
  3. Welke van deze twee is voor het kaasmaken heel belangrijk?

1.4 Lactose

  1. Waarvoor wordt de lactose uit de melk ook wel gebruikt? Zoek tenminste 3 toepassingen op.
  2. Wat is lactose intolerantie en waardoor wordt dit veroorzaakt?

1.5 Vitamines, mineralen en enzymen

  1. Wat doet het enzym chymosine met eiwit?
  2. Wat doen de enzymen fosfatase en peroxidase?
  3. Waarom wordt zure melk dik wanneer je het verwarmt?

1.6 Kleur, geur en smaak van de melk

  1. Op welke verschillende manieren kan melk een afwijkende geur krijgen?

1.7 Overige eigenschappen van de melk

1.8 Variatie in de melksamenstelling

  1. Welke rassen hebben hoge gehaltes in de melk?
  2. Welk koeienras kan het meest efficient melk produceren?

1.8.1 Voeding en melksamenstelling

2.0 De uier

2.1 De bouw van het uier

  1. Op welke manier kan fokkerij bijdragen aan de bouw van het uier?

2.2 Ontwikkeling en hormoonwerking van de uier

  1. Wat zijn de voor en nadelen van duurmelken?

2.3 Onderdelen van de uier

2.4 Melkvorming

  1. Welke activiteiten worden ondernomen om meer melatonine in de melk te krijgen?

2.5 Uierweefsel

2.6 Melkafgifte

  1. Wat is de beste wijze om te melken uitgaande van een 2*12 visgraatmelkstal en een latente periode van 90 seconden?
  2. Wat zijn de gevolgen van veel restmelk?
  3. Waarom is bij de meeste koeien het vetgehalte in de avondmelk hoger dan in de ochtendmelk?

2.7 Melkinterval

  1. Waarom bevat de restmelk altijd een hoger vetgehalte dan de eerste liters melk?

3. Melkinstallatie

4. Reinigen en ontsmetten

5. Koelen en bewaren  

  1. Uit welke 5 onderdelen bestaat het koelaggregaat? Noteer ze in de juiste volgorde.
  2. Welke van deze onderdelen hebben een tegengestelde werking en leg dat uit.
  3. Waarom zie je steeds vaker dat nieuwe koelaggregaten buiten geplaatst worden, terwijl dat vroeger niet gedaan werd?
  4. Welk kwaliteitsaspect van de melk gaat veranderen als de melk netjes gekoeld niet 3 maar b.v. 5 dagen op de boerderij blijft?
  5. Noem de voor- en nadelen van een ijsbankkoeltank t.o.v. melkkoeltank met directe verdamping.
  6. Waarvan is de inhoud van de koeltank afhankelijk?
  7. Wat wordt bedoeld met een compacttank?
  8. Waaruit bestaat de kringloop van het koelproces?
  9. Wat wordt bedoeld met de afkorting CFK?
  10. Wat moet de temperatuur van de melk in de tank zijn?
  11. Waarom mag de koelmachine niet worden aangezet als de tank nog leeg is?
  12. Wat kost het koelen van 1000 kg melk?
  13. Waarop kan bespaard worden door het gebruik van een voorkoeler?
  14. Hoe kan het water dat gebruikt is voor de voorkoeling het best worden herbenut?
  15. Wat verstaan we onder warmteterugwinning?
  16. Welke eisen worden gesteld aan de situering van het tanklokaal?
  17. Hoe groot moet het tanklokaal zijn op een bedrijf met 400.000 kg quotum?
  18. Waarom mag een kaal beton niet als vloer voor een tanklokaal?
  19. Waarom worden de koelmachine en het vacuümaggregaat bij voorkeur op een betonnen voet geplaatst?

6. Melkkwaliteit

  1. Zoek de verschillen in waardering in de verschillende systemen, indien ze inzage hebben in Foqus van FrieslandCampina en in KKM. Moet in te komen zijn via kinderen van leveranciers van boerderijmelk. Of gaat dit te ver? Kan ook klassikaal uitgevoerd worden of in subgroepen.
  2. Controleer de diergeneesmiddelenregistratie op een bedrijf: kan stagebedrijf zijn bijvoorbeeld of proefbedrijf of een andere mogelijkheid.
  3. Beoordeel een bedrijf volgens het gangbare kwaliteitssysteem voor boerderijmelk met groepen van 4 of 5 studenten. Ga uit van een kwaliteitssysteem dat op het te beoordelen bedrijf gevolgd wordt en maak aan de hand daarvan een checklist, die tijdens een beoordeling gebruikt kan worden. Vergelijk na afloop met de laatste beoordeling op het betreffende bedrijf.
  4. Ga na hoe een PBB uitgevoerd wordt en geef een oordeel over een voorbeeldbedrijf.
  5. Vraag kwaliteitsgegevens van het laatste jaar bij een bedrijf op en reken de volgende parameters uit. Wat valt hierbij op?
    1. Gemiddeld kiemgetal
    2. Gemiddeld celgetal
    3. Geometrisch gemiddeld celgetal
  6. Waarom is de chloroformbepaling ingevoerd bij de kwaliteitscontrole voor boerderijmelk?
  7. Ga na welke parameters door Qlip gecontroleerd worden in boerderijmelk en hoe vaak?
  8. Welke parameter voor de kwaliteitsbepaling van boerderijmelk levert de minste kortingen op (procentueel gezien), maar kost wel veel?
  9. Welke parameter levert vooral bij robotmelken wel eens problemen op en waarom?
    1. Noem zoveel mogelijk oorzaken

vragen enno

  1.  Waardoor wordt de melkprijs in hoofdzaak bepaald?
  2.  Hoe vaak wordt de kwaliteit van de melk bepaald?
  3.  Door welke instelling worden de gehaltes en de kwaliteit van de melk bepaald?
  4.  Wat wordt verstaan onder de recidive regeling?
  5.  Wat zijn groeiremmende stoffen? Hoeveel korting kan maximaal worden gegeven voor het leveren van melk met groeiremmende stoffen?
  6.  Hoe vaak wordt het kiemgetal van de melk bepaald?
  7.  Wanneer krijgt men een korting voor het toevoegen van water aan de melk?
  8.  Wat is de belangrijkste oorzaak van een te hoog kiemgetal?
  9.  Wat is de oorzaak van een te hoog celgetal?
  10.  Hoe moet een koe met klinische mastitis behandeld worden?
  11.  Waarom en hoe merk je de koe?
  12.  Waarom moet een behandeling met antibiotica enkele keren worden herhaald/
  13.  Wat zijn de belangrijkste maatregelen om het optreden van mastitis tegen te gaan?
  14.  Wat wordt verstaan onder de omrekeningsfactor?
  15.  Welke  wettelijk verplichte heffing wordt op de melk toegepast?
  16. Wat zijn onderschrijders?
  17. Waardoor wordt de melkprijs in hoofdzaak bepaald?
  18. Hoe vaak wordt de kwaliteit van de melk bepaald?
  19.  Door welke instelling worden de gehaltes en de kwaliteit van de melk bepaald?
  20.  Wat wordt verstaan onder de recidive regeling?
  21.  Wat zijn groeiremmende stoffen? Hoeveel korting kan maximaal worden gegeven voor het leveren van melk met groeiremmende stoffen?
  22.  Hoe vaak wordt het kiemgetal van de melk bepaald?
  23.  Wanneer krijgt men een korting voor het toevoegen van water aan de melk?
  24.  Wat is de belangrijkste oorzaak van een te hoog kiemgetal?
  25.  Wat is de oorzaak van een te hoog celgetal?
  26.  Hoe moet een koe met klinische mastitis behandeld worden?
  27.  Waarom en hoe merk je de koe?
  28.  Waarom moet een behandeling met antibiotica enkele keren worden herhaald/
  29.  Wat zijn de belangrijkste maatregelen om het optreden van mastitis tegen te gaan?
  30.  Wat wordt verstaan onder de omrekeningsfactor?

7. Melkstallen

7.2 klimaat, verlichting en geluid

  1. Waarom mag de melkstal geen doorgang voor andere bedrijfsruimtes zijn?

7.3. Welk melksysteem kies je als ondernemer?

  1. Stel je wilt een nieuwe stal bouwen voor 130 melkkoeien je werkt met een medewerker het productieniveau van de veestapel is 9000 kg melk. Welke melkstal zal via de melkstalwijzer voor jouw bedrijf het meest gunstig uitkomen?
  2. Zou je deze melkstal uit de vorige vraag ook bouwen, of zou je toch een andere melkstal kiezen? Leg je antwoord uit.
  3. Stel je melkt het genoemde aantal koeien in 2 groepen, welke capaciteit moet dan de melkstal hebben en hoe groot moet de wachtruimte zijn?
  4. Wat is de reden dat melkkoeien maximaal 1,5 uur in de wachtruimte mag verblijven?

7.4. benaming van de melkstallen

  1. Hoe komt men aan de naam visgraatmelkstal?
  2. Hoe wordt het melkstel in deze stal aangesloten en geef uitleg van jou antwoord.
  3. Kan een rapid exit systeem worden toegepast op een visgraat melkstal? Waarom?
  4. Kan een rapid exit systeem worden toegepast op een zij aan zij melkstal? Waarom?
  5. Kan een rapid exit systeem worden toegepast op een tandemmelkstal? Waarom?
  6. Wat is een draaimelkstal?
  7. Wat is het verschil tussen een buiten- en binnenmelker?
  8. Waarom zou men kiezen voor een buitenmelker?
  9. Als je kiest voor een buitenmelker en je wilt een hoge capaciteit halen, welke consequentie heeft dit voor de tijd die de melker aan een koe besteedt?
  10. Stel je besteedt als melker 30 seconden per koe, hoeveel koeien kun je dan maximaal per uur melken in draaimelkstal met 40 standen?
  11. Welke handelingen zou je in die 30 seconden willen verrichten als melker?
  12. Waarom is het niet interessant om een draaimelkstal met bv 10 standen te installeren?

Opdracht Melkstallen

We gaan uit van een bedrijf waar 100 melkgevende koeien zijn. Het melken mag per keer maximaal 1½ uur duren. Welke melkstal kies je? Raadpleeg Handboek Melkveehouderij hs 13. Beantwoord de onderstaande vragen en motiveer steeds je antwoorden!
Mogelijkheden:

  • a- visgraat
  • b- driehoekmelkstal
  • c- zij-aan-zij melkstal
  • d- open tandem
  • e- draaimelkstal
  • f- robot
  • g- ? (andere keuze/ eigen idee)
  1. Hoeveel standen zijn bij elk type nodig?
  2. Hoeveel ruimte is bij elk type nodig?
  1. Prijs: zet ze in volgorde van oplopende prijs.
  2. Noem de verdere voordelen van de verschillende types melkstallen.
  3. Noem eventuele nadelen of bijkomstigheden van de verschillende melkstallen.
  4. Wat is voor jou de ideale keuze in dit geval en waarom? Bespreek de voor- en de nadelen van je keuze! Houdt rekening met evt. uitbreidingsmogelijkheden, flexibiliteit, veel/weinig elektronica e.d..
  5. Welke melkstal zou je kiezen bij 50 koeien? Motiveer!
  6. Wat is een Germania-melkstal?

8. Automatisch melken

8.1 Automatisch melken

  1. Waarom zouden veehouders gestuurd koeverkeer toepassen?
  2. Leg de volgende stelling uit: melk de optimale hoeveelheid melk per koe per dag met zo weinig mogelijk melkingen. (bij een automatisch melksysteem)

8.2 Systemen, één of meerbox.

  1. Wat is de reden om de koeien vaker dan 2 x per dag te laten melken?
  2. Het is belangrijk dat koeien vlot een automatisch melksysteem instappen. Aan welke voorwaarden moet het systeem voldoen, zodat de koeien vlot binnen komen?

8.4 Wat is de taak van de ondernemer

  1. Op welke punten kunnen er attenties worden gegeven?

9. Uiergezondheid

  1. Wat zegt het % nieuw op de MPR uitslag?
  2. Als je gericht aan uiergezondheid wilt werken waar moet je dan een doelstelling voor vastleggen?
  3. Naar welke fokwaarde kun je beter kijken als je vooruitgang wilt boeken op het gebied van uierontsteking? fokwaarde celgetal of fokwaarde uiergezondheid?
  4. Hoeveel tijd moet er zitten tussen het beginnen met voorbehandelen van een uier en het aansluiten van het melkstel? Waarom is dat zo?
  5. Als je 95 lacterende koeien hebt die je 2 keer per dag melkt in een gewone melkstal met 12 stands en je gebruikt rubberen tepelvoeringen. Om de hoeveel maanden moet je de tepelvoeringen dan vervangen?
  6. Schone koeien zijn heel belangrijk om de infectiedruk laag te houden. Hoe zou je “objectief” kunnen zien of jouw koeien schoon genoeg zijn?
  7. Hoeveel procent van je koeien mag maximaal vuil zijn?
  8. En naar welke zaken ga je kijken als je wilt dat je koeien schoner worden?
  9. Waarom is het extra belangrijk dat de uiers van koeien schoon zijn als je melkt met een robot (AMS)?
  10. Waarom is het extra vervelend als je een uiergezondheid probleem hebt met koegebonden bacteriën op een bedrijf met een melkrobot?
  11. Noem eens 5 zaken die de weerstand van je koeien tegen uierontsteking negatief kunnen beïnvloeden?
  12. Bij welke temperatuur krijgen koeien last van hittestress?

Casus

Casus 1.

Dierenarts Jansen gaat naar het bedrijf van Pietersen. Pietersen heeft op zijn bedrijf een te hoog celgetal en wil weten wat hij het beste kan doen. Dierenarts Jansen wil een praktisch plan opstellen voor de veehouder om het celgetal weer naar een normaal niveau te krijgen. Dat doet hij door middel van de vijfpoot.
Maak met behulp van de vijfpoot een actieplan, dat de veehouder kan uitvoeren om zijn celgetal weer op niveau te krijgen.
Werk het actieplan uit. Eventueel kun je het vervolgens ook als beroepsprakijkopdracht uitvoeren.
Zie voor de praktische handreikingen de linken in het hoofdstuk Uiergezondheid

 
Casus 2

Veehouder Jansen heeft 65 koeien die hij overdag laat weiden. Over het jaar gezien heeft hij altijd een celgetal van rond de 300.000 cellen/ml melk. Hij vindt dit goed want:”mijn melk wordt toch opgehaald?” Ieder jaar gaat het echter in augustus en september bijna mis. Vorig jaar ging hij zelfs een keer ruim door de 400.000 cellen/ml heen. Dit jaar wil hij dat voorkomen en hij wil dus iets aan het voorkomen van hittestress bij zijn koeien gaan doen. Het valt hem op dat de koeien tijdens warme periode minder voer opnemen. Hij overweegt daarom wat meer krachtvoer te gaan voeren in warme periodes zodat de koeien wel voldoende energie en eiwit binnen krijgen. Ook ziet hij dat de koeien goed drinken als ze ’s avonds uit de wei komen. Dat vindt hij een goed teken want ze drinken dus voldoende.
Vraag 1 Is het verstandig om de koeien meer krachtvoer te gaan geven? Waarom wel of waarom niet?
Vraag 2 Wanneer hebben koeien last van hittestress en hoe kun je dit zien aan de dieren?
Vraag 3 Wat kan veehouder Jansen doen om hittestress te verminderen bij zijn koeien?
Vraag 4 Is het een goed teken dat de koeien gelijk gaan drinken als ze binnen komen?
Wat zou er aan de hand kunnen zijn?
Vraag 5 Waarom zou het wijzer zijn om gedurende het gehele jaar aan een lager celgetal te werken?

10. Zuivelverwerking

11. Ketenkwaliteit

12. Management

1. Is een bedrijfsbehandelplan voor elk bedrijf gelijk? Leg uit waarom?
2. Waarom is het belangrijk het bedrijfsbehandelplan regelmatig te evalueren en bij te stellen?
3. Waarom is de periode van ongeveer 40 dagen voor het kalven tot 60 dagen na het afkalven de meest kwetsbare periode?
4. Noem manieren waarop veehouder zijn arbeidsdruk kan verlagen?
5. Welke extra eisen worden er op dit moment gesteld aan huisvesting vergelijking met 10 jaar geleden?

13. Andere diersoorten

14. Melkexamen

Tijdens het praktische melkexamen moet de kandidaat in staat zijn deze vragen te beantwoorden. De jury zal dit kunnen nagaan door minstens 10 willekeurig gekozen vragen aan de kandidaat voor te leggen.

  1.   Wat is het merk van de melkmachine op dit bedrijf?
  2. Kun je op het bedrijf waar je examen doet, de volgende onderdelen aanwijzen:        vacuümpomp      overloopbeveiliger       drukwisselaar        vochtvanger        melk-luchtafscheider    melkstroomindicator        regulateur         melkpomp          melkmeetglazen        vacuümmeter      melkfilter          afnamecilinder        vacuümleiding     melkleiding          pulsatieversterkers      voorkoeler
  3.   Welke van de bovenstaande onderdelen zijn niet aanwezig?
  4.   Welk type vacuümpomp is hier in gebruik?
  5.   Wat is de functie van de vacuümpomp?
  6.   Hoe wordt de vacuümpomp gesmeerd?
  7.   Hoe wordt de vacuümpomp aangedreven?
  8.  Zijn hier ook maatregelen getroffen om het lawaai van de vacuümpomp te   beperken? Zo ja, welke?
  9. Waarom is het beter dat de vacuümpomp niet terugdraait?
  10. Hoe kun je voorkomen dat de pomp terugdraait na het afzetten van de motor?
  11. Waarvoor dient de vochtvanger?
  12. Welk onderhoud vraagt de vochtvanger?
  13. Van welk materiaal is de vacuümleiding gemaakt?
  14. Is hier meer dan één vacuümleiding aanwezig? Zo ja, waarom?
  15. Welk onderhoud vraagt de vacuümleiding?
  16. Welke onderdelen zijn er op de vacuümleiding aangesloten?
  17. Waarom is er een vacuümregulateur nodig?
  18. Welk soort vacuümregulateur is hier gemonteerd?
  19. Op welke wijze kun je deze regulateur instellen?
  20. Wat gebeurt er als je de instelling verandert?
  21. Wat is het nadeel van een te hoog afgestelde vacuümregulateur?
  22. Wat is het nadeel van een te laag afgestelde vacuümregulateur?
  23. Hoe kun je de juiste afstelling van de regulateur controleren?
  24. Welk onderhoud vraagt de vacuümregulateur?
  25.   Is er een frequentieregulateur gemonteerd en wat is daar de functie van?
  26. Waarom zit er een vacuümmeter op de installatie?
  27. In welke eenheden wordt op de vacuümmeter de onderdruk aangegeven?
  28. Hoe hoog is het vacuüm tijdens het melken?
  29. Vind je dit vacuüm hoog, gemiddeld of laag?
  30. Wat is de beste plaats voor de vacuümmeter?
  31. Wanneer moet het vacuümniveau worden gecontroleerd?
  32. Uit welke onderdelen is het melkopvanggedeelte samengesteld?
  33. Wat is de functie van de luchtafscheider?
  34. Hoe wordt de melk afgevoerd uit de luchtafscheider?
  35. Hoe wordt de lucht afgevoerd uit de luchtafscheider?
  36. Waarom wordt de melkpomp met tussenpozen ingeschakeld?
  37. Op welke wijze wordt de melkpomp ingeschakeld?
  38. Hoe hoog is het hoogste en laagste peil van de melk in de luchtafscheider?
  39. Wat kunnen de gevolgen zijn als de melkpomp niet ingeschakeld zou worden?
  40. Wat is de functie van de overloopbeveiliger?
  41. Wat is het gevolg als tijdens het melken de overloopbeveiliger in werking treedt?
  42. Wat gebeurt er als de overloopbeveiliger niet goed functioneert?
  43. Hoe wordt de overloopbeveiliger gereinigd?
  44. Waarvoor dient het melkfilter?
  45. Hoe vaak mag je één filter gebruiken?
  46. Van welk materiaal is de melkleiding gemaakt?
  47. Langs welke weg komt er vacuüm op de melkmeetglazen?
  48. Langs welke weg verdwijnt de melk als je de afvoerkraan van het melkmeetglas        opent?
  49. Is er buitenlucht druk nodig om de melk uit het melkmeetglas te laten stromen?    Zo ja, waarom is dat nodig?
  50. Waarom zit er boven in de klauw een luchtgaatje?
  51. Hoe komt het dat de tepelhouders afgesloten zijn als je tijdens het aansluiten de klauw rechtop houdt?
  52. Welke onderdelen heb je beslist nodig bij het automatisch afnemen? 3 Wat is het verschil tussen automatisch afname en melkstopapparatuur?
  53. Wat versta je onder de overbruggingstijd?
  54. Wanneer begint de overbruggingstijd?
  55. Door welk onderdeel wordt het einde van de geregelde melkstroom vastgesteld?
  56. Bij welke hoeveelheid melk per minuut treedt de melkstroomindicator in werking?
  57. Waarom wordt het melkstel niet onmiddellijk afgenomen als de melkstroom te           klein wordt en hoe noemt men de tijd die daartussen ligt?
  58. Wat betekent de afkorting K.V.A.? Wat is het nadeel hiervan?
  59. Welke methode is in de plaats van K.V.A. gekomen en waarom?
  60. Wat is het doel van de voorbehandeling (3 redenen)?
  61. Waarom worden de tepelhouders altijd aangesloten met de hand die het dichtst     bij de achterpoten is?
  62. Waarom mag je geen lucht zuigen bij het aansluiten en afnemen?
  63. Wat is selectief aansluiten?
  64. Waarom worden de eerste stralen met de hand uitgemolken (3 redenen)?
  65. Waarvoor dient het krachtvoer dat vlak voor de voorbehandeling aan de koeien  wordt gegeven?
  66. Welke gevolgen heeft het voor de werkvolgorde als je melkstopapparatuur of    au¬tomatisch afname hebt ten opzichte van het melken zonder hulpapparatuur?
  67. Wat is de bedoeling van de speenbehandeling na het melken?
  68. Waaraan kun je zien dat een koe mastitis heeft?
  69. Welke maatregelen neem je bij afwijkende melk?
  70. Wat moet je met melk doen waarin mogelijk groeiremmende stoffen voorkomen?
  71. Met welke kwaliteitsproeven kun je problemen krijgen als je fouten bij het       mel¬ken maakt?
  72. Wat moet de temperatuur van het voorspoelwater zijn en waarom?
  73. Waar moet het voorspoelwater worden geloosd?
  74. Waarom mag het water van de hoofdreiniging niet te koud worden?
  75. Hoe lang mag de hoofdreiniging duren?
  76. Waarom mag je geen zuur mengen met een gecombineerd reinigingsmiddel?
  77. Hoeveel procent reinigingsmiddel moet je op dit bedrijf gebruiken en hoeveel mI is dat?
  78. Waarom mag je geen (afwijkende) melk lozen in de sloot of de riolering?
  79. Waarvoor dient het naspoelen?
  80. Waarom moet je naspoelen met koud water?
  81. Waarvoor kun je het gebruikte reinigingswater nog gebruiken?
  82. Wat moet je doen om kalkaanslag in de leidingen te voorkomen of te verwijde¬ren?
  83. Met welke kwaliteitsproef krijg je problemen als de reiniging niet goed wordt       uit¬gevoerd?
  84. Wat is de gewenste bewaartemperatuur van de melk in de tank?
  85. Op welke manier kun je de stroomkosten van het koelen van de melk    verminde¬ren?
  86. Waarom moet de roerder van de tank worden aangezet bij het begin van het    mel¬ken?
  87. Wanneer moet de koelmachine weer worden aangezet als de tank geleegd is?
  88. Met welke kwaliteitsproef kun je problemen verwachten als de melk onvoldoende wordt gekoeld?
  89. Wat kunnen de oorzaken zijn van een te hoog kiemgetal in de melk?
  90. Hoe kun je voorkomen dat er melk besmet wordt met boterzuurbacteriën?
  91. Met welke kwaliteitsproef krijg je mogelijk problemen als er koeien met mastitis    zijn?
  92. Wat kan de oorzaak zijn als de zuurtegraad van het melkvet te hoog is?
  93. Met welke kwaliteitsproef kun je problemen krijgen als er water bij de melk komt?
  94. Is het ook mogelijk om de warmte die bij het koelen vrijkomt, opnieuw te benut¬ten? Zo ja, hoe?
  95. Hoe kun je het door de pulsators geproduceerde geluid beperken?
  96. Werkt deze installatie simultaan of alternatief?
  97. Waarom moet je de koeien zoveel mogelijk droog voorbehandelen?
  98. Welke maatregelen moet je nemen om te voorkomen dat je tijdens het melken          be¬met raakt met melkerskoorts (Leptospirose)?
  99. Wat is ongeveer de uurcapaciteit van deze melkinstallatie?
  100. Wat vind jij van de hygiëne in deze melkstal?